Ineens is mensenliefhebber en knuffelaar Joe Biden in het nieuws omdat hij te ver zou zijn gegaan. Ongewenste kusjes, aanraking en aan het haar van dames ruiken. Iets wat volgens hem zelf natuurlijk niet het geval is. En als je 1 foto of video van een foto-momentje ziet, dan lijkt een beschuldiging van seksueel grensoverschrijdend gedrag wellicht ook te ver te gaan. Maar mensen die zich in het verleden in Pizzagate hebben verdiept kennen de beelden al uit die tijd, een tijd dat de media er nog niet bovenop dook met z'n allen. Beelden die bij mij walging opriepen en een foto als hierboven past perfect in dat beeld. Want al die beelden bij elkaar opgeteld schetsten voor mij een beeld van een vieze oude man met een voorliefde voor kleine kinderen!
Nu zag ik laatst een 4-luik over pizzagate, een onderwerp waarover ik in het verleden ook heb gepubliceerd. Die documentaire reeks bracht het onderzoek wat ik in die tijd deed weer naar boven, kindermisbruik door de elite, en dit blijft het meest walgelijk onderwerp om over te publiceren. Een onderwerp waar je eigenlijk niet eens aan wilt denken. Waar volgens mij bijna niemand aan wil denken. Maar dat maakt het onderliggende probleem niet minder urgent. Iemand moet het (blijven) belichten.
Direct aan het begint van deel 2 zien we de compilatie van Joe Biden die zijn handen niet thuis kan houden. Ehm, ik bedoel liefkozend knuffelt... Bekijk eerst dat maar eens en vertel me dan maar eens of de kalmerende woorden van Biden gepast zijn of dat het kletspraat van een oude viespeuk betreft...
Ik plaats hieronder alle 4 de delen, want het is een sterke documentaire reeks over een morbide onderwerp dat eigenlijk meer dan een beetje aandacht verdient.
(Vlnr: Marcel Vervloesem, Jan Boeykens en Bart van Well)
Bart van Well is een voormalig jongensprostitué die claimt jarenlang te zijn gedrogeerd en misbruikt. Ook zijn er kinderpornofilms van hem gemaakt. Dat kon volgens hem gebeuren, omdat de overheid niet ingreep tegen kinderprostitutie. Daarom wil hij een proces aanspannen. Om te bepalen wat zijn positie is in een rechtszaak tegen de staat is hij voorlopige getuigen verhoren gestart, waarvan een verslag op Twitter te vinden is onder de hashtag #pedoverhoor. Van Well is tevens de oprichter van de "Get Well Foundation".
Wat je ook van deze verhoren denkt, het heeft wel interessante zaken opgeleverd. Zo weten we nu dat Demmink, Wabeke, Holthuis en Wooldrik allen verdacht zijn geweest van het misbruiken van kinderen, en dat er ook een samenhang tussen deze heren werd verwacht. Dat dit onderzoek van binnenuit is opgeblazen, dat was al bekend. Van Well heeft het voor elkaar gekregen Fred Teeven en Joris Demmink te laten getuigen in de rechtbank, waarbij opgemerkt moet worden dat Demmink meineed heeft gepleegd tijdens zijn verhoren!
Flinke stappen in de strijd tegen de vermeende kinderpornonetwerken die al jaren in Nederland de dienst uit maken. Zou je denken... Maar toch blijft het allemaal een beetje halfbakken, het komt niet echt lekker van de grond en de genadeslag kan nog niet worden uitgedeeld...
Of is die optie er wel?
Marcel Vervloesem van Werkgroep Morkhoven
De Belg Marcel Vervloesem is zelfverklaard pedojager en hij is sinds jaar en dag hét gezicht van de Werkgroep Morkhoven. Door de één als God op een voetstuk geplaatst, door de ander verguisd. Zonder die discussie nu in de volle breedte nog eens dunnetjes over te doen, wilde ik me graag richten op de uitspraken van Vervloesem zelf, in het recente verleden en in relatie tot de zaak van Bart van Well.
Recentelijk presenteerde Robert van de Luitgaarden zijn nieuwe boek "Weggejorist", en Morhoven was daarbij aanwezig. Tijdens deze boekpresentatie was ook JDTV aanwezig en interviewde de twee kopstukken van Morkhoven, Marcel Vervloesem en Jan Boeykens. Dan komt het hoge woord over 3 videobanden eruit, vanaf 14:35 minuten. Het is de moeite waard dit te bekijken, want Vervloesem windt er geen doekjes om. Hij heeft 3 videobanden, ieder met de kracht van een atoombom!
14:35 En de boot was van een hoofddirecteur van de KPMG
14:50 Als ze de banden te pakken krijgen verdwijnt het.
15:00 Niemand die gaat zeggen: dat is Demmink. Oh, maar dat is Claus.
15:20 Een tweede videoband waarop de advocaat van Claus te zien is met Ulrich
15:25 Een derde videoband is een sexueel contact tussen Salomonson en de man van de zandvoortzaak
Ton Hofstede van Het Haagse Complot vond het welletjes en voerde heftig de druk op om nu eindelijk eens daad bij het woord te voegen en met bewijzen te komen in plaats van gebakken lucht. Dit werd hem door velen niet in dank afgenomen, en ook de mensen die in zijn slipstream mee commentarieerden op Vervloesem en zijn valse beloften werden op de persoon aangevallen, niet op de laatste plaats door de twee heren van Morkhoven zelf.
Wim Dankbaar, bekend van Het Vaatstra Complot, belde Marcel Vervloesem zelf op om de vraag te stellen of hij werkelijk bij de bewering bleef dat hij videobeelden had van Demmink en Claus die kinderen misbruikte. Het antwoord was op Belgische toon: "Ja, dat klopt". Zelf heb ik ook vele vragen aan Vervloesem gesteld, maar van legitieme vragen was meneer niet gediend, dus hij blokte mij. Mijn gedachten en bevindingen zijn hier terug te lezen.
Maar de druk leek Morkhoven te hoog te worden en ze besloten toch te gaan reageren op alle tumult. In 4 delen/weken zou er antwoord gegeven worden op de vele vragen, wat duidelijkheid zou moeten scheppen. Zelf ben ik daar vanaf moment 1 sceptisch over geweest, maar er waren vele mensen die nog steeds in Marcel Vervloesem zijn woorden geloofden, zoals bijvoorbeeld Bart van Well.
Ik kan me voor stellen dat Bart van Well zich helemaal in zijn nopjes voelde toen hij begreep dat de videobanden na krap 20 jaar eindelijk het licht zouden zien. Op Twitter zei hij: "Vrijdag 10 juni word het 1e deel geopenbaart van de videobanden ... #demmink #pedoverhoor #marcelvervloesem"
Dat vooruitzicht zal motiverend hebben gewerkt om af te reizen naar onze zuiderburen. Op 18 juni schreef Bart van Well, op Twitter @BVW11, dan ook: "Werkgroep Morkhoven en Get Well Foundation gaan samenwerking aan. Aanval geopend op Nederlandse kinderpornonetwerken." De foto bovenaan dit artikel is van deze ontmoeting het product.
Dit schept een bepaalde verwachting. Als Bart van Well de samenwerking aangaat met Morkhoven, dé voorvechters in de verbeten strijd tegen de oppermachtige pedofiele netwerken, en er videobanden geopenbaard zouden worden waarop Demmink en Claus kinderen misbruiken, zou dát de nekslag beteken!
100.000 Euro Dankbaarheid
Maar de openbaringen van Morkhoven brachten niet wat ervan werd verwacht. Deel 1, 2 en 3 hadden niets, maar dan ook niets met "the hot patatos" te maken. Dit was gebakken lucht. Prima informatie om een beeld te krijgen van Morkhoven en hun geschiedenis. Maar het had niets te maken met de recent opgekomen vraagtekens.
Wim Dankbaar was het zo beu dat hij op Facebook zei:
“Al je zogenaamde openbaringen zijn oude wijn verpakt in nieuwe zakken. Al die documenten zijn al meer dan tien jaar geleden gepubliceerd! Als jij komt met beelden van Demmink of Claus die een kind misbruiken dan krijg je 100.000 euro van me. Waarvan akte! Zo zeker ben ik van de zaak dat jij de boel loopt te flessen! Je bent een smerige oplichter! Probeer dat nou niet te verbloemen met vragen over mijn Vaatstra boek, want dat maakt je alleen zwakker,”
Als je bedenkt dat de drie delen juist moeten aantonen dat Morkhoven al hun materialen heeft gedeeld met justities en politici in talloze Europese landen, dat zelfs onze toenmalige Koningin Beatrix de horror van Morkhoven toegestuurd heeft gekregen, dan is er volgens mij geen reden meer het niet te delen met de wereld. Ook 20 jaar geleden was een stilstaand beeld uit een video waarop Claus een kind misbruik, voor de media de scoop van de eeuw geweest. Hebben die niet willen publiceren? Nu met digitale (alternatieve) media heb je de regie voor een deel zelf in handen!
100.000 Euro zou dan een kat in het bakkie moeten zijn voor Morkhoven. Een makkelijkere manier om eindelijk beloond te worden voor hun jaren lange geploeter is niet te bedenken. Maar niets is minder waar. Voor de helderheid, de wereld zit nu nog op te wachten op Deel 4, en die video's zullen nooit het licht zien. Marcel Vervloesem had dit eigenlijk al een beetje verklapt in zijn reactie aan Dankbaar. Tussen al het geweld van Vervloesem valt een uiterst opmerkelijke zinsnede te destilleren: "En nog even dit, in onze reeks brengen wij documenten om de mensen een inzicht te geven over het reilen en zeilen rond de netwerken, Dat dit u niet bevalt is jou zaak."
Ik verwacht bewijs voor de videobanden waarvan Vervloesem claimt in bezit te zijn. Zijn reactie? "Go fuck yourself!"
Waarvan Akte!
Het #Pedoverhoor
Als de nekslag niet digitaal wordt toegebracht, dan moet de samenwerking tussen de twee partijen gezocht worden in de zaak van Bart van Well, het #Pedoverhoor. Er zijn nogal wat getuigen te bedenken die opgeroepen zouden kunnen worden om de steeds sterker wordende zaak van Van Well verder uit te bouwen. Eén van de meest voor de hand liggende getuigen is toch echt Marcel Vervloesem! Die 100.000 Euro en de definitieve nekslag zouden twee vliegen in één klap zijn!
Maar een nieuw item in de playlist van het Youtube kanaal Talk2Myra openbaart een Marcel Vervloesem die op voorhand de route van Bart op slot gooit. We spreken 30 april, dus ruim voordat Van wel vrolijk verkondigde de samenwerking met de Belgische pedohunters aan te gaan, en Vervloesem zegt "GO FUCK YOURSELF!"
Leest/luistert u even mee?
Marcel Vervloesem: "Kijk, het probleem met Bart was, ik wist dat hij op die rechtbank zou zeggen dat Morkhoven die bewijzen in handen had. Ik wist dat. Dat is ook de reden waarom dat wij gezegd hebben "Ja we hebben de banden, maar niemand krijgt ze. Want ons onderzoek loopt nog. Dus..."
Jetty: "Nou ja, Martin de Witte wil je wel oproepen hé?!"
Marcel Vervloesem: "Ja, dat moet hij weten hé. Dan gaat 'm toch niks te horen krijgen hé. Ik ga gewoon verwijzen naar alle gerechtelijke dossiers. Ik ga zeggen "Men weet bij justitie voldoende hoe dat de zaak in elkaar zit". Ze moeten het dossier Zandvoort maar gaan halen en ze moeten de recherche Kennemerland maar verhoren. En dan weten ze meteen hoe de zaken zitten. Punt uit. En meer kan ik je daar niet vertellen. (...) "Ja, ik zeg gewoonweg "Ik kan niks zeggen want ik ben gebonden aan beroepsgeheim. Punt!"
Waarvan akte!
Voor wie dacht dat Marcel Vervloesem toch positief naar Bart van Well en zijn zaak aankijkt komt bedrogen uit. In de wandelgangen ontving ik nog een citaat van de man met goud in handen: "Ik vrees dat het proces Demmink zal getorpedeerd worden met de rol van Bart van Well in alles."
Beste Bart,
Op je Facebook pagina zag ik bovenstaande foto met onderstaande tekst verschijnen: "Op deze schoenen wil ik de Get Well Walk lopen van Leeuwarden naar Morkhoven. Wie wil ons steunen en helpen . Een sponsor voor nieuwe schoenen zou al een begin zijn . Laat uw hart spreken en steun ons een deze mooie stichting. Ga naar www.gtwf.nl en doneer aub. Delen is mooi ... doneren is beter !
Hartelijk dank.Bart van Well Ambassadeur Get Well Foundation" Ik draag je zaak in de rechtbank een warm hart toe. Jij bent de stem geworden voor zoveel mensen die nooit worden gehoord. Mensen met hun leven in puin of prima op orde, diepe krassen zijn niet te ontkennen. Jij hebt al zo veel voor elkaar gekregen waar veel mensen slechts van kunnen dromen. Ik besef me dat je de laatste dagen nogal op de wip zit om de zaak tegen de staat wel of niet te staken, of zelf stoppen. Van Facebook af en toch weer terug. Roerige tijden, zo zwaar, ik kan het me moeilijk voorstellen. Toch ben je al zó ver gekomen, al aan het knokken met De Witte vanaf minstens 2004. Hou je rug recht en je doel voor ogen. De leugens van Morkhoven zijn nu volgens mij wel duidelijk, en de wandeltocht daarmee erg ongepast. Neem A.U.B. afstand van de oplichters uit het Belgische Morkhoven: Marcel Vervloesem en Jan Boeykens!
Dat het venijn hem in de staart zit is een bekend gezegde, en ik vraag me af of dat in deze ook op gaat. Op Twitter lees ik zojuist, net voordat ik mijn artikel wilde plaatsen, een uitermate opmerkelijk bericht van Myra, wat mijn voelsprieten aan alle kanten doet oplichten... Schuld? Geheimpje? Kun je vertellen wat hier aan de hand is?
@BVW11
Ik heb ons geheimpje al maanden stil gehouden namelijk maar kan erg slecht tegen valse beschuldiging
Graag z.s.m. antwoord. #Demmink
Dit artikel is in twee delen geschreven. De update was op 01-08-2016:
De zak met geld
Soms slaat de surrealiteit je om de oren. Het "geheimpje" tussen Bart en Myra is zo'n moment. Wanneer je denkt dat het niet zotter kan...
In het bovenstaande filmpje bespreekt Myra een WhatsApp gesprek met Bart. Hierin geeft hij aan dat hem een zak geld is geboden, om de zaak tegen de staat te staken en dat hij dat ook wil aannemen. Onderhandelingen gaande, De Witte, PTSS, Zak met geld. Zou ik de titel van het bericht dan een alternatieve twist moeten geven?
Pedonetwerken en het verraad van Bart van Well en Marcel Vervloesem - Morkhoven?
Laat ik voor de helderheid uitspreken dat ik niet geloof dat Bart geld is geboden en dat hij dat vervolgens ook nog heeft geaccepteerd. Maar het wordt wel door hem gesteld. Ik kijk dan ook met smart uit naar zijn inhoudelijke reactie op deze bizarre onthullingen...
Hieronder een deel van hun gesprek, in beeld, welke in via de krochten van het internet kreeg toegespeeld. Laat het maar even op u inwerken...
Tomas Ross heeft zich voor zijn nieuwste thriller De vrienden van Pinocchio laten inspireren door de beschuldigingen van pedoseksualiteit die in de loop der jaren zijn ingebracht tegen hooggeplaatste Nederlandse overheidsfunctionarissen.
Een duister netwerk van topambtenaren staat in Nederland boven de wet.
Wie zijn de Sneeuwman, de Maagd, de Zonnekoning en de Raadsheer?
De wraak van twee jonge mensen die ooit hun slachtoffer waren.
Op een warme voorjaarsnacht vinden twee jonge inbrekers het lichaam van voormalig jazz-zangeres Nel van Geel. Ze blijkt al twee maanden onopgemerkt dood in haar huis te hebben gelegen. Wanneer haar zoon Paul het huis opruimt, vindt hij in een oud schoolschrift schokkende notities over Club Pinocchio in Praag, een beruchte bar voor pedoseksuelen.
Ondertussen maakt de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie, secretaris-generaal Joris Demmink, zich grote zorgen over de chantage van een van zijn oude studievrienden. Zelf heeft hij niet te vrezen; niemand kan bewijzen dat hij betrokken is bij misbruik van jonge jongens, want zijn netwerk omvat rechters, politiefunctionarissen en ministers, en reikt zelfs tot kringen rond het Koninklijk Huis. Demmink heeft bovendien een troef in handen die het land kan doen schudden op zijn grondvesten.
Nederlands
400 pagina's
Uitgever: Cargo
Oktober 2014
ISBN/EAN: 9789023488002
Op donderdagavond 23 oktober presenteerde Tomas Ross zijn nieuwe boek De vrienden van Pinocchio bij boekhandel Paagman. Tomas Ross werd hierbij geïnterviewd door journalist Jean-Pierre Geelen. Dit is geheel opgenomen door JDTV, waarvoor een dikke pluim!
Radio:
Nooit meer slapen
Tomas Ross over het spannende boek
Juni was de Maand van het Spannende Boek. Tomas Ross is initiatiefnemer van De Gouden Strop. Hij en dertien andere Nederlandse misdaadauteurs kwamen in 1986 voor het eerst bijeen om het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs op te richten. Daarmee maakten ze van het spannende boek een aparte tak van sport. Maar is het nu niet hoog tijd geworden om spannende boeken onder de 'gewone’ literatuur te laten vallen? Pieter van der Wielen sprak met Tomas Ross.
In het interview praat hij over de BVD, zijn vader, Docters van Leeuwen, Theo van Gogh, Micha Kat, de Roestige Spijker, complotten en de diverse blunders, maar ook de opleidingen door CIA. Hij vroeg aan zijn buur(t)man Piet Hein Donner: Waarom is Joris Demmink nou onder uw ministerschap benoemd? Antwoord Donner: "Dat weet u verdomd goed."
Zoals Het Haagse Complot stelt: Aanrader aan complotters om te beluisteren!
Tomas Ross: ‘Crimineel pedonetwerk van hooggeplaatste topambtenaren’
‘Het staat vast dat er een crimineel netwerk van pedoseksuele topambtenaren is, dat elkaar de hand boven het hoofd houdt en chantabel is’, zegt thrillerauteur Tomas Ross bij ‘Dit is de Dag’.
De nieuwste roman van Ross is gebaseerd op het waar gebeurde feit van een dood jongetje dat gevonden is bij de beruchte Haagse pedobar ‘Pinocchio’. Daar kwamen hooggeplaatste Nederlandse topambtenaren. Eén van die ambtenaren die in dit verband genoemd wordt, is de oud-secretaris generaal van Justitie Joris Demmink.
Demmink
Ross vermeldt met opzet aan het begin van zijn boek, dat de hoofdpersoon in zijn boek die Demmink heet een fictieve figuur is. Dit personage is geïnspireerd op “de beschuldigingen van pedoseksualiteit die in de loop der jaren zijn ingebracht tegen hooggeplaatste overheidsfunctionarissen, onder wie de voormalige secretaris-generaal van Veiligheid en Justitie Joris Demmink”.
Niet iedereen is het echter eens met de manier waarop Tomas Ross feit en fictie door elkaar weeft en hiermee "veel boekjes" verkoopt. "Helaas" zoals journalist Vincent Verweij zich bij het vorige boek beklaagde op POW news. En dat Verweij zich op een serieuzere toon met de zaak Demmink bezig houdt toont hij bijvoorbeeld vandaag in zijn meest recente Demmink-artikel.
Beth is 6 jaar oud, maar niets van de pure onschuld van een kind is bij haar waar te nemen. Ze voelt een sterke drang om haar broertje, vader en moeder te vermoorden! Dit is het resultaat van het seksueel misbruik toen ze nog een baby was...
Gelukkig worden niet alle misbruikte baby's en kinderen moordlustige psychopaten. Maar vergis je niet! Ieder slachtoffer van seksueel misbruikt ondervindt hiervan zware problemen. Ik vind dit een erg schokkend verhaal... Maar we zien later in de documentaire toch dat er voor Beth licht aan het einde van de tunnel bestaat. Intense therapie, welke stap voor stap het kind omvormt en weer gevoel terug brengt in haar lichaam en geest.
Vorig jaar schreef ik een bericht met de titel "Een kind heeft recht op opvoeding zonder geweld", omdat ik me besef dat zelfs billenkoek een negatieve uitwerking heeft op de ontwikkeling van een kind. Het verhaal van Beth staat dan ook haaks op mijn relaas. Dit raakte me zo diep dat ik het moest delen met jullie, de wereld.
Neem het goed in je op, want er zijn talloze slachtoffers van seksueel misbruik. Dat de statistieken hier niet om liegen wordt duidelijk uit het rapport "Op goede grond - De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen". Het wordt tijd dat de wereld de ogen niet langer sluit en we als een blok gaat staan voor de rechten van het kind. Want we zullen het samen moeten doen!
Interview met Professor kindergeneeskunde Martin Finkel:
‘Benader seksueel misbruik als een ziekte, zoals een hartkwaal of nierziekte’
Kinderen die seksueel misbruikt zijn, moeten een manier zien te vinden om te leven met wat zij hebben meegemaakt. ‘Erover praten geeft kinderen de controle terug’, zegt de Amerikaanse professor Kindergeneeskunde Martin Finkel. ‘Als professionals hebben wij de verantwoordelijkheid om hun problemen en zorgen bespreekbaar te maken.’
Verschillende professionals behandelen kinderen die seksueel misbruikt zijn. Kunt u de specifieke rol van
dokters toelichten?
‘Kinderen die misbruikt zijn, verdienen de expertise van professionals uit de rechtspraak, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en niet in de laatste plaats de geneeskunde. De problematiek van misbruikte kinderen is als het ware een puzzel die we samen moeten leggen. Het totale plaatje moeten we zo duidelijk mogelijk krijgen om deze kinderen zo goed mogelijk te beschermen en te behandelen. Als je een kind onderzoekt, heb je de belangrijke taak om niet alleen aandacht te hebben voor wat het kind lichamelijk is overkomen, maar vooral om met de kinderen te praten over hoe zij zich voelen. Je weet niet wat ze denken en de kinderen kunnen vaak verstoorde gedachten hebben over wat hen overkomen is.’
U spreekt over de idiosyncratische natuur van seksueel misbruik. Wat bedoelt u daarmee?
‘Iedere dokter heeft geleerd te luisteren naar patiënten. De symptomen waar een patiënt je over vertelt geven je veel informatie over het ziektebeeld. Ga ook zo om met kinderen die misbruikt zijn. Luister naar ze. Luister naar wat ze je te vertellen hebben. De kinderen hebben verstoorde gedachten over die seksuele ervaring. Maar als zij daartoe door een goed getrainde arts worden uitgenodigd – open, medelevend en niet dwingend of veroordelend – blijken ze goed te kunnen beschrijven wat ze hebben meegemaakt. Een 5-jarige vertelde me: ‘Hij spuugde en plaste in mijn mond en toen moest ik het opdrinken.’ Een kind van die leeftijd heeft geen weet van dergelijke handelingen, tenzij het zoiets heeft meegemaakt.Als een arts de juiste vragen stelt, kan een kind veel informatie geven over wat er precies gebeurd is, zonder die handelingen bij naam te noemen.’
Wat moet elke arts hiervoor kunnen?
‘Elke eerstelijnsbehandelaar moet een aantal basisvragen kunnen stellen en weten hoe het spectrum ‘normaal gedrag’ eruit ziet. Seksualiteit is lastig om te bespreken en helemaal als je het met kinderen moet bespreken. Als je niet met een kind durft te praten over seksualiteit, bijvoorbeeld hoe je thuis je piemel noemt, is dat moeilijk. Je moet over seksualiteit kunnen praten zonder dat je dat op een sturende manier doet. Twee 5-jarigen die elkaar hun geslachtsdeel laten zien, kun je tot het spectrum ‘normaal’ rekenen.
Maar wat als een 5-jarige de genitaliën van een ander kind in de mond neemt? Dan kun je niet zeggen: “Zo zijn ze nu eenmaal, kinderen zijn nieuwsgierig”.’
Hoe verlaag je de drempel om over seksualiteit te praten?
‘Om te beginnen door seksueel misbruik te benaderen zoals je een ziekte benadert, zoals een hartkwaal of nierziekte. Je begint met het opmaken van de anamnese. Hoe is het kind in de misbruiksituatie terecht gekomen? Hoe is het misbruik aan het kind opgelegd? Hoe hebben de seksuele handelingen zich in de tijd ontwikkeld? Met welke problemen en vragen lopen de kinderen rond? Zo leer je de problematiek herkennen
en begrijpen. Vraag ik een kind: “Wiens fout is het? ”, dan zegt het vertwijfeld: “Mijn fout?”. “Waarom denk je dat?”, vraag ik dan. Een gesprekje van niets, maar let op: wie alle beetjes informatie aan elkaar naait, ziet een verhaal ontstaan. Het is aan jou een veilige omgeving te creëren waarin kinderen hun meest stigmatiserende, traumatiserende, schaamtevolle verhaal kwijt kunnen. Stoppen zij dat weg, dan kunnen ze het nooit achter zich laten.’
Hoe leg je aan de kinderen uit waarom je ze gaat onderzoeken?
‘Als een kind de eerste keer bij mij komt, leg ik eerst uit wat we gaan doen: ‘Vandaag gaan we bekijken of je lichaam in orde is. Ik ga je een aantal vragen stellen over wat er gebeurd is. Niet om het je moeilijk te maken, maar om het te kunnen begrijpen. De volgende keer ben ik weer praatdokter, of beter nog: luisterdokter.’ Daarna kom je toe aan vragen over hun lichaam en of ze zich zorgen maken over hun lichaam.“ Ik denk dat mensen aan de manier waarop ik loop kunnen zien welke afschuwelijke dingen ik heb moeten doen”, vertelde een pubermeisje. Een 10-jarige wilde weten of ze borstkanker zou krijgen omdat iemand met zijn mond aan haar borst had gezeten. En een 9-jarige vroeg zich af “of dat spul nog in haar zat” en of ze daarvan zwanger kon raken. Stuk voor stuk zorgen die een arts objectief kan vaststellen door het verrichten van onderzoek en daarover te praten. Het is belangrijk de kinderen te laten weten dat zij lichamelijk gezond zijn.’
Waarin zit de therapeutische waarde voor de kinderen?
‘Vanaf het moment dat een kind binnenkomt moet je je realiseren dat alles wat jij doet, bij zou moeten dragen aan het herstel van het kind. Alles wat je zegt en beslist moet op zo’n manier gebeuren dat het therapeutisch werkt. Bijna elk kind denkt dat het de enige is dat zoiets meemaakt. Doordat ik ernaar vraag, begrijpen ze dat ze tegenover iemand zitten die er meer van weet, waardoor er een proces op gang kan komen. Ik vertel dat veel kinderen het moeilijk vinden erover te praten. “Vind jij dat ook?” vraag ik. “En waarom vind je dat?”. “Ik dacht dat ik het niet mocht zeggen”, vertellen ze dan. Of: “Ik was bang. Ik dacht dat mensen me niet zouden geloven en dat ik in de problemen zou raken.” Het is belangrijk dat je de kinderen vraagt wat zij vinden, wat zij willen. Je lost er hun probleem niet mee op, maar geeft ze zo wel een gevoel van controle, waarmee zij aan zichzelf kunnen laten zien dat ze niet langer bang zijn voor de persoon die hen dit heeft aangedaan.’
Praten is één, maar wat levert fysiek onderzoek en forensisch materiaal aan bewijs op?
‘Seksueel misbruik gaat meestal niet gepaard met geweld. De meeste daders willen de kinderen geen letsel toebrengen, maar vleien, chanteren, manipuleren en intimideren hun slachtoffers om hun activiteiten te kunnen blijven voortzetten. Loopt een kind toch verwondingen op, dan zijn die vaak oppervlakkig. En ze helen. Forensisch bewijs en de uitkomsten van fysiek onderzoek dragen voor slechts 1 tot 5 procent bij aan de bewijslast. Zo’n 95 procent van de diagnoses ‘seksueel misbruik’ wordt gesteld op basis van wat kinderen vertellen. Een arts moet dus weten dat een ‘normale’ uitslag van lichamelijk onderzoek niet per se betekent dat er niets gebeurd is. Wat we moeten doen, is luisteren. En zoals een arts die hartruis hoort zijn patiënt naar de cardioloog verwijst, zo moet een veronderstelling van kindermisbruik voldoende aanleiding vormen om een expert in te schakelen om dat vermoeden te bevestigen of uit te sluiten.’
Worden artsen voldoende getraind om met kinderen te praten?
‘Nee. Artsen zijn drukbezet en zijn gewend om snel een serie vragen af te vuren. Maar praten met kinderen over dit soort moeilijke onderwerpen vergt andere vaardigheden. Elke keer als ik een kind zie, vraag ik mezelf af: is er een minder dwingende manier om deze vraag te stellen? Hoe vraag je een kind bijvoorbeeld naar geheimhouding zonder het woord geheim te gebruiken? Ik doe dat als volgt: “Wilde de persoon die dit bij je deed dat je hierover zou vertellen?” “Nee!” zegt het kind. ‘Hoe weet je dat?’, vraag ik. “Als ik het zou vertellen, zou hij het ook bij mijn zusje doen”. Of: “Hij zei dat niemand me zou geloven”. Of: “Niemand zou nog van me houden.” Deze vaardigheden heb ik niet van mijn vakgenoten geleerd. Nee, ik heb ze geleerd van de kinderen. Door naar ze te luisteren en met ze te praten. In de loop der jaren heb ik veel overeenkomsten ontdekt in de verhalen van de kinderen; er is me een structuur zichtbaar geworden. Dus als ik nu een onderzoek afneem, werk ik – uiteraard met de nodige flexibiliteit – een gestructureerde vragenlijst af. En met het oog op de wettelijke aspecten en de forensische waarde van het onderzoek schrijf ik elk antwoord woord voor woord op.’
Wat is uw wijze les aan elke arts?
‘Om te beginnen moeten artsen kinderen uitleg geven over hun persoonlijke ruimte en privacy en het recht daarop. Juist kinderen die misbruikt zijn, moeten het gevoel weer terugkrijgen dat hun lijf van hun is. Ze moeten leren over verzorging en welke aanrakingen acceptabel zijn of niet. Artsen moeten vaardigheden opdoen om een gesprek over misbruik te kunnen voeren. En een arts mag ook best zeggen: “Ik weet het niet zeker, ik vraag een meer ervaren collega om zijn mening”. Kinderen verdienen dat.’
--------------------
Het is een artikel uit: Augeo schrijft - Tijdschrift over kindermishandeling en huiselijk geweld.
TKM is het eerste, kosteloze online vakblad voor alle professionals die betrokken zijn bij de aanpak en zorg rond mishandelde kinderen, hun ouders en plegers van kindermishandeling en huiselijk geweld. TKM is een uitgave van Augeo.
Seksueel misbruik door de elite op grote schaal, het is te ziek voor woorden. Essentiele maar zware kost. Dus voor de mensen die liever naar bewegende beelden kijken dan naar honderden pagina's vol zwarte letter turen, here we go!
Een zorgprogramma is een optimaal en samenhangend zorgaanbod voor forensisch psychiatrische patiënten dat dient als (be)handelingkader voor organisaties, professionals en patiënten. Een zorgprogramma biedt handvatten bij dilemma’s en beslissingsprocessen in de behandeling van de diverse groepen forensisch psychiatrische patiënten en draagt bij aan het verkrijgen van inzicht in de relatie tussen psychiatrische stoornis en delictgedrag. Ook biedt het aanwijzingen bij het maken van een gedegen inschatting van het risico op nieuw delictgedrag. Door risicomanagement in te zetten kan dat delictgedrag zoveel mogelijk worden voorkomen.
Samen met professionals uit het forensische zorgveld heeft het EFP tot nu toe een vijftal zorgprogramma’s ontwikkeld. Het Basis Zorgprogramma geeft een overzicht van (de variaties in) het gemeenschappelijke zorgaanbod voor alle forensisch psychiatrische patiënten, ongeacht hun specifieke stoornissen en delicten. Daarnaast zijn er vier stoornisspecifieke zorgprogramma’s ontwikkeld die een overzicht geven van het optimale zorgaanbod voor bepaalde patiëntpopulaties. Dit zijn de zorgprogramma’s Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (ZP SGG), Psychotische Stoornissen (ZP PsyS), Persoonlijkheidsstoornissen (ZP PerS) en Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (ZP LFPZ).
Dit boek is geschreven door John W. DeCamp. Het dient eigenlijk gezien te worden in combinatie met de documentaire "Conspiracy of Silence" welke ik eerder deze week heb geplaatst. De ondertitel "Child Abuse, Satanism and Murder in Nebraska" is gruwelijk, al zegt dat nog niets over de misselijkmakende praktijken om dit alles in de doofpot te stoppen. Hij noemt man en paard, maar er is nog geen enkele rechtszaak tegen hem aangespannen, ondanks dat hij hierin hoog geplaatste mensen bij naam noemt uit de Amerikaanse samenleving. Er is 1 rechtszaak uit voortgevloeid, een zaak van hem tegen een media kanaal welke hem van leugens betichtte. Deze rechtszaak heeft hij gewonnen en er is gerectificeerd.
Het tragische en schokkende misbruik van kinderen is het onderwerp van deze discussie tussen Dr. Tom Philbott en de voormalig editor van "The Daily Texan", Mark McKinnon, die verschillende artikelen over het onderwerp schreef. Philbott ontdekte dat deze kinderen geregeld fysiek werden misbruikt, gemarteld en vermoord. Veel van de mannen die deelnamen aan deze "praktijken" behoren tot de meest gerespecteerde top laag van de Amerikaanse Overheid en het bedrijfsleven.
De discussie behandelt prominente zaken van seksueel misbruik van jongens en de mogelijke connecties tussen kinderprostitutie en de moord op zwarte kinderen in Atlanta. Het programma is uitgebreid met materiaal uit twee documentaires uit de 1979 "Boys for Sale", geproduceerd voor Channel 11 in Houston en Channel 13 in Atlanta.
Omdat dit tragische en nationale schandaal grotendeels werd genegeerd door de massa media, focust het sluitende gedeelte zich op de media aandacht en hoe de zaken werden behandeld door de politie en justitie. Het programma kijkt nauwgezet naar de jongens zelf: hun achtergrond, hoe ze in "het leven" verzeild raakte, waarom ze daarin bleven en hoe ze zich hieronder voelen. Het programma richt zich ook op de mate van bedreigingen en geweld richting de mensen die actief zijn om de wanpraktijken aan het licht te brengen en het onder de aandacht van het publiek te brengen.
Deze bijna twee uur durende documentaire is gemaakt in 1981 als onderdeel van het programma "Alternative views news magazine".
Hoewel het programma ook hier in z'n geheel, en hier en hier in twee delen op Youtube te zien is, heb ik deze versie zelf online gezet omdat dit volgens mij de langste versie is met de beste kwaliteit. Hier staat mijn bron, voor het geval mijn versie offline wordt gehaald. Hier is de documentaire ook in groot formaat (2GB per deel) te downloaden als mpeg.
Verder ben ik naarstig op zoek naar de twee documentaires uit de 1979 "Boys for Sale", geproduceerd voor Channel 11 in Houston en Channel 13 in Atlanta.
Iemand?
In 1993 trok een Britse filmploeg, onder leiding van Nick Grey en Tim Tate, Naar Omaha, Nebraska in de Verenigde Staten om een documentaire te maken over een vermeend pedofiel netwerk. Gefinancierd door Discovery Channel uit de V.S. zou hun film eerst worden uitgezonden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland in het documentaire programma "First Tuesdays", waarna een Amerikaanse uitzending zou volgen. In Omaha ontdekte de film crew een immens netwerk wat door de gehele staat actief was, om kinderen te leveren aan de rijken en het politieke etablissement, om hen te misbruiken en in te zetten voor drugs transporten en chantage.
Een jaar later in 1994 zou de documentaire "Conspiracy of silence" uitgezonden worden in het V.K. maar... Tijdens de laatste fase van het editen trok Discovery Channel zonder verklaring de steun in en vergoede een half miljoen Dollar aan kosten. Tot op de dag van vandaag blijft de documentaire niet uitgezonden.
Een illegale kopie van de ruwe versie van de documentaire lekte uit en doet al sinds jaren mensen de rillingen over het lijf lopen. Zonder er verder meer over te vertellen, voor nu, nodig ik jullie uit de documentaire zelf te bekijken.
Bij de term "Oude Pekela" moet ik direct denken aan de verhalen uit mijn jeugd, over een voor mij onbekend dorp waar massaal kindermisbruik zou plaatsvinden. Meer dan dat... zat er niet in mijn vat van kennis... Een nare smaak is het enige wat de term in me losmaakt, maar concreet erover vertellen kan ik niet. Dus was het tijd om mezelf maar eens te verdiepen in dit stukje geruchtmakende Nederlandse geschiedenis.
Toets de plaatsnaam in combinatie met "misbruik" in op je favoriete zoekmachine, en al snel popt een boek op van Benjamin Rossen, Zedenangst - Het verhaal van Oude Pekela. Praktisch omdat het boek in PDF vorm zowel hier als hier in z'n geheel te lezen is, en daar hou ik van!
ISBN10
9026510055
ISBN13
9789026510052
De kaft van het boek geeft de volgende beschrijving:
"Zedenangst is de angst voor het verlies van de goede zeden. Het is vaak een latente angst die geactiveerd wordt wanneer men meent afwijkend gedrag te ontdekken. De waarneming en het denken worden vervormd waardoor nuchtere overwegingen niet meer mogelijk zijn. Geruchten en vermoedens verspreiden zich ongecontroleerd, mede als gevolg van de berichtgeving in de media. Het gevolg is massahysterie.
Dit boek is geschreven naar aanleiding van de vermeende ontucht in Oude Pekela met tientallen kinderen. Aan de hand van berichtgeving tijdens de affaire en interviews die achteraf met betrokkenen zijn gehouden, reconstrueert de auteur de golven van zedenangst die ruim een jaar aanhielden. Een heldere analyse van een massapsychologisch verschijnsel.
Drs. B. Rossen studeerde aan de University of Western Australia. Hij behaalde aldaar de volgende academische graden: Bachelor of Arts (psychologie), Bachelor of Science (human biology) en een graduate diploma (education). In Nederland studeerde hij af in massapsychologie aan de Faculteit der Politieke en Sociaal-Culturele Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam"
Gezien mijn beperkte kennis van deze zaak vielen mij een aantal zaken op in deze korte omschrijving:
nuchtere overwegingen niet meer mogelijk (...) massahysterie (...) vermeende ontucht
Is die nare smaak welke de naam Oude Pekela in me losmaakt dan misplaats? Ben ik als kind beïnvloed door de morbide berichten, wat achteraf ongepast blijkt? Ik kan u vertellen dat ik dit boek voor het slapen gaan, zo direct, digitaal ga openslaan. Ik deel dit boek op voorhand met u omdat u het wellicht ook mee wilt nemen voor uw algemene ontwikkeling. Maar voordat ik u vandaag weer ga verlaten nog wat extra's: Een recensie op Bol.com en een aantal artikelen waaruit blijkt dat de scepsis die het boek vertoont best wel eens hetgeen kan zijn wat volledig misplaatst is.
Mocht u meer artikelen, boeken, websites, documentaires of wat dan ook weten, dan heb ik graag dat u dit met me deelt. Alvast dank hiervoor.
Voordat ik een aantal gehele artikelen hieronder zal plaatsen, eerst nog een 17 pagina's tellend PDF document van Tjalling Beetstra, een scepticus in de lijn van Rossen. Omdat het slechts een link is, plaats ik het hier prominent bovenaan, zodat dit niet aan uw aandacht ontsnapt. Later nog een artikel van zijn hand. En onderaan een scherpe veroordeling van de scepsis van de hand van Belgisch onderzoeker Pyck, die stelt dat er wel degelijk misbruik in Oude Pekela heeft plaatsgevonden!
Naar aanleiding van de uitspraken van Beetstra morgen en overmorgen (minimaal) nog meer leesvoer en materiaal voor "op de buis", waarvan u stijl achterover zult slaan... Nu Beetstra:
"Rossen studeerde onlangs af in de massapsychologie op de gelijknamige doctoraalscriptie. Hij analyseert het zedenschandaal in Oude Pekela dat de media ruim een jaar in de ban hield. Centraal staat het begrip zedenangst, omschreven als de angst voor een zelden tastbare bedreiging van de bestaanszekerheden. Aan de hand van enerzijds de berichtgeving in de media en interviews met betrokkenen en anderzijds de 'moral panic' theorie van Stanley Cohen stelt hij dat er sprake is geweest van massahysterie. Er is immers, ondanks heropening van het politieonderzoek, nooit enig bewijs geleverd dat tientallen kinderen seksueel misbruikt zouden zijn voor de vervaardiging van kinderpornografie. Rossen spreidt in zijn betoog een zelfde soort morele verontwaardiging ten toon als die hij bewoners van Oude Pekela en onderzoekers verwijt, alleen dit keer gericht op de 'heksenvervolgers' en 'incestspeurders' die elk kontakt tussen kinderen en volwassenen als misbruik bestempelen. Deze toon doet afbreuk aan de objectiviteit van de getrokken conclusies.
Toen Robert M. bekende dat hij in kinderdagcentrum ‘t Hofnarrretje meer dan tachtig kinderen had misbruikt, was heel Nederland in shock. Hoe anders was dat vijfentwintig jaar geleden. Toen het NOS Journaal, meldde dat in Oude Pekela tientallen kinderen door kinderlokkers zouden zijn meegenomen, werden de betrokkenen al snel voor gek versleten. Zoiets kon gewoon niet waar zijn. In haar deze week verschenen boek gaat Margalith Kleijwegt terug naar Oude Pekela. Wat is de nasleep van de affaire geweest? En hoe kijken zij naar Robert M.?
Hieronder een fragment uit het boek, waarvan het eerste exemplaar overhandigd werd aan burgemeester Eberhard van der Laan. Deze week verschijnt in Vrij Nederland een uitgebreide voorpublicatie en een mediagidsfilter over Aernout Mik, de kunstenaar voor wie de affaire een inspiratiebron is geweest. En hier verloten wij 25 exemplaren van het boek.
De Oude Pekela affaire: was er toch een clown? Door Margalith Kleijwegt
In december 2010 keek ik naar de persconferentie over de aanhouding van Robert M., de man uit Riga die zich als oppas en crèchemedewerker zou hebben vergrepen aan meer dan tachtig kinderen. Ik moest denken aan de ouders die vijfentwintig jaar geleden bij de zaak in Oude Pekela betrokken waren. Hoe zouden zij tegen dit dramatische nieuws in Amsterdam aankijken? Gaf het ze behalve de pijnlijke herkenning ook een triomfantelijk gevoel? Toen werden ze niet geloofd en nu, zoveel jaar later, was overtuigend bewezen dat seksueel misbruik van tientallen kinderen op klaarlichte dag wel degelijk kon gebeuren.
In het voorjaar van 1987 werd Oude Pekela wereldnieuws nadat de politie naar buiten had gebracht dat in het kleine dorp tientallen jonge tot zeer jonge kinderen waren gehoord in verband met een zedenzaak.
Steeds meer kinderen beweerden in de daaropvolgende dagen dat hen iets was overkomen. Ze waren meegenomen naar verschillende panden in en rond Oude Pekela. Sommigen hadden aan onschuldige verkleedspelletjes meegedaan, anderen moesten piemels wassen of eraan likken. De kinderen spraken ook over sadistische spelletjes die op foto en film waren vastgelegd. Het schokkende nieuws ging als een lopend vuurtje rond. De zaak werd niet ingedamd zoals nu waarschijnlijk zou gebeuren, het was een olievlek die zich in hoog tempo verspreidde. Binnen een week liep het aantal aangiften van ontucht op tot tweeënvijftig, en daar bleef het niet bij.
De waarheid over wat er in die maanden precies gebeurde was al snel niet meer te achterhalen. En de zaak is ook nooit opgelost.
Had er een clown door het dorp gelopen? Nee, zei de een. Ja, zei de ander. Weer iemand anders had hem hoogstpersoonlijk bij de visboer zien staan. Vanwege dat beeld van een clown die onschuldige kindertjes meelokt, werd de affaire in Oude Pekela de 'clownsaffaire' genoemd. Bij de Nederlandse bevolking heerste ongeloof en verbijstering over wat er in Oude Pekela gebeurd zou zijn. Het ontbreken van daders leidde in de weken die volgden tot de hypothese van massahysterie. Het getouwtrek begon. De politie kon niets zonder bewijsbare feiten. Professor Mik, een psychiater die na vijf weken werd ingeschakeld, wist als enige deskundige zeker dat wat een deel van de kinderen vertelden waar was.
Een langer fragment verschijnt deze week in Vrij Nederland."
Margalith Kleijwegt ging terug naar Oude Pekela, waar zij 25 jaar geleden onderzoek deed naar de 'clownsaffaire', een zedenzaak met tientallen kinderen.'Huilende kinderen, doodongelukkige ouders. Hadden zij maar capabele mensen gehad die voor hun zaak stonden.'
Er is iets vreselijk gebeurd, zei haar zoon december vorig jaar. Margalith Kleijwegt (1951), redacteur van Vrij Nederland, deed de televisie aan en zag drie mannen achter een tafel. Serieus, kordaat. In het midden burgermeester Eberhard van der Laan van Amsterdam. Robert M. , een oppas uit Riga, had vele kinderen van crèche 't Hofnarretje seksueel misbruikt, vertelde hij. Op klaarlichte dag. Zie je wel, dacht Kleijwegt, het bestaat dus wel. Maar 25 jaar geleden werden ouders in Oude Pekela voor hysterische idioten uitgemaakt.
Dagenlang verbleef ze voorjaar 1987 in de vroegere veenkolonie om met alle betrokkenen te praten over de eerste grote zedenzaak waarmee Nederland te maken kreeg. Ze schreef er een bijlage over voor Vrij Nederland. Tientallen jonge tot zeer jonge kinderen zouden zijn misbruikt. Het begon met een angstig jongetje dat in bed plaste en zijn ouders vertelde dat iemand iets in zijn billen had gestoken. Zijn ouders zagen bloed bij zijn anus en gingen naar de politie.
In de dagen daarna vertelden steeds meer kinderen dat ze waren meegenomen, aan verkleedspelletjes hadden meegedaan, aan piemels of borsten hadden moeten likken. Een clown zou een hoofdrol spelen als kinderlokker. De affaire breidde zich als een olievlek uit en ineens stond de hele wereld op de stoep van het dorp. Niemand was daarop voorbereid. De onzekerheid bij de ouders was groot.
De zaak rond Robert M. is voor Kleijwegt de directe aanleiding terug te gaan naar Oude Pekela. Het oogt nog even idyllisch, maar net als toen bedriegt de schijn. De pijn en frustratie zijn nooit gestopt. De kinderen van toen praten er niet meer over, waren vermoedelijk nog te klein om zich alles te herinneren. De ouders doen er liever het zwijgen toe. Kleijwegts rondgang, beschreven in haar boekje Terug naar Oude Pekela, toont slachtoffers, opvallend vaak zijn zij de hoofdrolspelers van toen.
Kleijwegt: 'Toen ik besloot terug te gaan, realiseerde ik me dat ik niet moest proberen de zaak op te lossen, hoe onbedwingbaar die hoop in het begin ook was. Maar het was niet reëel. Ook als mensen na 25 jaar besluiten wel te praten, weet je nog niet zeker of ze nu wel de waarheid vertellen. Bovendien was ik erg onder de indruk van het feit dat de impact van het gebeurde ook na al die jaren nog zo groot was.'
Kleijwegt voerde destijds gesprekken met 21 ouderparen. Sommigen zocht ze weer op, zoals Aly en Hennie Hemmes. Aardig, gastvrij, nog steeds even nuchter als toen. Nu zijn ze oma en opa. Hennie is in de politiek gegaan en werd wethouder voor de SP. Hun twee jongens zijn volwassen mannen. Ze praten niet met anderen over wat hen is overkomen. Toen wilde Hennie maar één ding: gerechtigheid. Dat er nooit een dader werd gepakt, heeft hij leren accepteren. Maar dat hij niet werd begrepen, dat heeft het meest en het langst pijn gedaan.
Kleijwegt: 'Hadden zij maar mensen gehad die voor hun zaak stonden. Capabele mensen, zoals je die nu in Amsterdam ziet. Het is belangrijk dat de ouders kalm blijven, maar dat deden ze niet. Niemand hielp ze, niemand nam de leiding. De burgemeester had geen idee, de politie had geen idee, de hoofdofficier van justitie niet. Niemand wist raad met de situatie, waardoor de zaak volledig kon ontsporen.
'Bij 't Hofnarretje hield de gemeente er nog even rekening mee dat er sprake kon zijn van fantasie, daar hadden ze een scenario voor. In Oude Pekela was er helemaal niets. Ik ben met huisartsen op pad geweest naar gezinnen. Ik heb zelf gezien hoe ze eraan toe waren. Huilende kinderen, doodongelukkige ouders. Vreselijke dingen. Heel veel verdriet. Ik weet niet of het klopt dat er kinderen zijn misbruikt, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik met hysterici te maken had. Nooit. En nog altijd kan ik geïrriteerd raken als buitenstaanders zeggen: ah, die stomme clownsaffaire. Onzin! Het is niet waar, het is onrechtvaardig tegenover die ouders. Dat vind ik nog. '
Er was een populair artsenechtpaar: Fred en Ietje Jonker. De twee trokken de affaire naar zich toe en gaandeweg radicaliseerden ze. 'Ze dempten niet en dat had wel gemoeten. Je moet afstand bewaren. Je moet dimmen, mensen bij de lurven durven pakken en zeggen: nu rustig jij', zegt Kleijwegt. De twee raakten vervreemd van de andere huisartsen, ze publiceerden hun bevindingen en dat alles zette kwaad bloed in het dorp. Ze verhuisden naar Groningen vanwege de studie van hun kinderen. Later pleegde Fred Jonker zelfmoord. De opkomst bij de begrafenis was enorm. Kleijwegt: 'Ik schrok me te pletter toen ik het hoorde. Ik zag dat ze accelereerden, maar iemand met vijf prachtige kinderen die zich van het leven berooft. Het kan zijn dat hij moeilijk leefde. Die hele affaire zal hem niet hebben geholpen. Het ligt allemaal heel gevoelig.'
De burgemeester van toen leeft teruggetrokken, geeft nooit thuis en wil niet meer aan de zaak worden herinnerd. Bij de politie wijten ze de fouten van destijds aan de Rijkspolitie waaronder Oude Pekela viel, niet bepaald keurtroepen. Hoofdofficier van Justitie Hans Blok zocht destijds zijn toevlucht tot een psychiater om de boel te ontzenuwen. Hij vond hem in de persoon van Gerrit Mik, een gepensioneerde psychiater met een grote staat van dienst. Hij is misschien wel het grootste slachtoffer van Oude Pekela, suggereert Kleijwegt. Hij is er dood aan gegaan, zeggen zijn kinderen letterlijk.
Mik moest opereren in een vreemd krachtenveld. Nederland van 1987 en 2011 liggen hemelsbreed uiteen wat betreft pedofilie. De pedofiel van nu is een paria, toen werd er een lans voor hem gebroken. Mik was zelf enige tijd Kamerlid voor D66 en Den Haag debatteerde toen over het toestaan van seks van volwassenen met 12-jarigen. Allemaal weg van het moralisme en de bedomptheid.
Mik ontzenuwde Oude Pekela niet, zoals sommigen hadden gehoopt. Hij bevestigde dat er wel degelijk iets was gebeurd, ook al bracht hij het aantal misbruikte kinderen terug tot aanzienlijk kleinere proporties. Kleijwegt: 'De ouders hadden steun nodig en dat begreep hij en die gaf hij. Hij wilde dat ze verder gingen met hun leven.'
Mik nam afstand van pogingen seks met minderjarigen normaal te vinden. Na een interview in de Volkskrant viel de hele wereld over hem heen. De PvdA'er Hein Roethof maakte hem uit voor moraalridder. Roethof deed zijn uitspraak op de eerste lustrumviering van de pedofielenverening Martijn. 'Dat zou nu ondenkbaar zijn, ondenkbaar. Er zijn vreselijke artikelen over Mik geschreven. Iedereen heeft hem de grond in getrapt en niet zo'n beetje ook. Hij vocht niet terug. Hij bleef in de zaak hangen, wilde zijn gelijk halen.'
Iedereen heeft geleerd van Oude Pekela, denkt Kleijwegt. 'Het allerbelangrijkste is dat je mensen serieus neemt, dat je hun kwetsuren, hun angsten en twijfels ziet. Waarom er toen zo hard is geschreeuwd, ik weet het niet. Gevoelens die te maken hebben met veiligheid en seks met kinderen, die gaan zo diep, die appelleren aan eigen angsten. Waarom zou er anders zo giftig, zo haatdragend en zo meedogenloos zijn gereageerd als toen gebeurde? Oude Pekela werd weggezet als bedompt. De bewoners voelden zich belachelijk gemaakt. '
Oude Pekela kreeg nooit een dader, zoals Robert M. Er zijn nooit foto's of films opgedoken. Kleijwegt noemt de afhandeling van de Amsterdamse zedenzaak tot nog toe een schoolvoorbeeld van hoe het moet, inclusief de terughoudendheid van de pers. Toen ging Der Spiegel met de geldbuidel rond voor foto's, nu wordt er niet gewroet in persoonlijke gegevens en laten journalisten soms beschrijvingen van schanddaden bewust achterwege. Kleijwegt: 'Er heerst een serene rust onder de journalisten, merkte ik laatst op de rechtbank. Maar is het je plicht als journalist om rekening te houden met de ouders? Gedeeltelijk wel, maar wat er is gebeurd, is shit maar het is niet de schuld van de pers, dat is de schuld van Robert M.'
Margalith Kleijwegt: Terug naar Oude Pekela.
Balans; 77 pagina's; € 6,95.
Vorige week verscheen het boekje ‘Terug naar Oude Pekela’ van Vrij Nederland journaliste Margalith Kleijwegt. Naar aanleiding van de Amsterdamse zedenzaak besloot ze opnieuw onderzoek te doen in het dorp waar ze bijna 25 jaar geleden verslag deed van de Oude Pekela affaire, waarbij vele tientallen kinderen door als clowns verklede kinderlokkers zouden zijn misbruikt. In diverse interviews vertelde ze vorige week wat ze dacht toen ze eind vorig jaar de beelden op tv zag van de zaak Robert M.: ‘Zie je wel, het kan wél.’ Het bestaat dus wel, grootschalig misbruik, maar ‘de ouders van Oude Pekela werden in die tijd meteen voor hysterische idioten uitgemaakt.’ Hoewel ze niet met nieuw bewijsmateriaal komt, is ze er nog steeds van overtuigd dat er in Oude Pekela wel degelijk op grote schaal seksueel misbruik heeft plaatsgevonden, alleen dan ‘niet met tachtig kinderen, misschien met twintig, al heeft de Amsterdamse zedenzaak duidelijk gemaakt dat alles kan.’
De zaak Robert M. bewijst inderdaad dat het kan, maar dat zegt natuurlijk helemaal niets over Oude Pekela in 1987. Het grote verschil is natuurlijk dat er in Oude Pekela geen spoor van bewijs is gevonden voor enige vorm van seksueel misbruik door onbekende daders, ondanks langdurig recherche onderzoek en honderden getuigenverhoren. Vast staat dat het klein begon met één onbewezen melding van ontucht. Het misbruik nam vervolgens mythische proporties aan met bijna honderd slachtoffertjes. Ze zouden zijn ontvoerd door de beruchte clowns die kinderen zouden misbruiken voor de porno-industrie. De verhalen werden steeds extremer. Op het laatst was er zelfs sprake van satanische rituelen.
Door het recherchewerk, de informatiebijeenkomsten, het onderzoek (op eigen houtje) van het artsenechtpaar Jonker, de opgewonden verhalen in de media en de bezorgde ouders die hun kinderen ondervroegen, gingen steeds gruwelijker verhalen rondzingen. Steeds meer kinderen raakten ervan overtuigd dat ‘ze ook mee waren geweest’, zoals dat werd genoemd. Deze verhalen waren zo hardnekkig dat zelfs psychiater Gerrit Mik die tientallen kinderen uitgebreid ondervroeg er zelf in ging geloven.
Ook Margalith Kleijwegt behoorde tot de gelovigen, getuige de uitgebreide reportage van 13 februari 1988 in Vrij Nederland onder de kop ‘Het verhaal van Oude Pekela is internationaal. Zodra de ontkenningsmolen gaat draaien, zijn kinderen de dupe.’ In dit stuk wordt Oude Pekela in verband gebracht met Amerikaanse voorbeelden van ritueel misbruik in kinderdagverblijven. ‘Dat de kinderen de meest merkwaardige spelletjes hebben moeten spelen, daar is iedereen het wel over eens.’ Kleijwegt is nog steeds een gelovige. Ze misbruikt de zaak Robert M om alsnog erkenning te krijgen voor ‘Oude Pekela’.
Het wordt absurder als Kleijwegt beweert dat de ouders van Oude Pekela indertijd werden weggehoond met hun misbruikverhalen, omdat in die tijd pedofielen nog als ‘kindervriend’ werden gezien, zogenaamd een uitvloeisel van de seksuele revolutie.
In de eerste plaats is het helemaal niet zo dat de hele zaak meteen werd weggezet als massahysterie: maandenlang brachten de media schokkende verhalen en verkeerde Nederland in de veronderstelling dat er op grote schaal kinderen waren ontvoerd en misbruikt. Dat de zaak lange tijd uiterst serieus werd genomen blijkt bijvoorbeeld uit het bezoek van de minister van Justitie Korthals Altes aan Oude Pekela negen maanden later, live uitgezonden door het NOS Journaal. En uit het feit dat het onderzoek pas in oktober 1988 definitief werd stopgezet.
In de tweede plaats was er in die tijd helemaal geen sprake van een soort welwillende houding tegenover pedofilie. Integendeel, na vrouwenmishandeling, ongewenste intimiteiten en verkrachting in de jaren zeventig slaagde de vrouwenbeweging er begin jaren tachtig in om ook seksueel misbruik van kinderen, een groot taboe onderwerp, op de agenda te zetten. Het gevolg was een niet aflatende stroom publicaties, artikelen, reportages en talkshows waarin de ervaringen van slachtoffers uitgebreid aan bod kwamen. Seksueel misbruik van kinderen leek door al die aandacht plots voor te komen op onverwacht grote schaal. Er was dan ook eerder sprake van een groeiende verontrusting over dit enorme probleem dan van een lankmoedige houding tegenover de daders.
Dát was het maatschappelijk klimaat waarin de Oude Pekela affaire kon ontstaan, kort daarna (in 1988) gevolgd door de bekende Bolderkaraffaire. Hierbij werden negen kinderen van een kinderdagverblijf ten onrechte uit huis werden geplaatst, omdat orthopedagogen, gebruikmakend van de nieuwe ‘poppenmethode’, overal ‘signalen’ van seksueel misbruik zagen. Het is geen toeval dat zich in de jaren tachtig niet alleen in Nederland, maar ook in Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tientallen vergelijkbare affaires voordeden. Ze liepen op niets uit, behalve een hoop ellende voor de betrokkenen. Altijd werden de verhalen extremer en gruwelijke met satanische sekten en ritueel misbruik. Dat die verhalen nog steeds de wereld niet uit zijn bewees Spits vorige week met een verhaal over satanisch seksueel misbruik in Nederland groot op de voorpagina.
Kortom, de jaren tachtig waren eerder de jaren van een tamelijk overspannen dreigingsbeeld rond seksueel misbruik dan een tijdperk waarin de pedofiel als de grote kindervriend werd gezien zoals Kleijwegt beweert in haar boek. Ook priester Antoine Bodar beriep zich begin dit jaar op die vermeende pedo-vriendelijke moraal om het misbruik in de kerk te relativeren, maar het blijft geschiedvervalsing. Oude Pekela heeft dan ook niet, zoals Kleijwegt beweert, geleid tot een omslag in het denken over pedofilie, maar mede onder invloed van de Bolderkaraffaire juist tot een kritischer houding tegenover beschuldigingen van seksueel misbruik.
Het verhaal van de kinderlokkende clowns blijft overigens internationaal telkens weer opnieuw opduiken en is in de wetenschappelijke literatuur over Urban Legends geboekstaafd als ‘The Phantom Clowns’.
In mijn proefschrift Mediahype (2004) gaat Hoofdstuk 4 over seksueel misbruik en de media in de jaren tachtig en negentig.
Tjalling Beetstra is in 2009 in Maastricht gepromoveerd op een onderzoek naar satanisch ritueel misbruik in de VS en in Nederland. Dit is zijn website. "
Van onze correspondent BRUSSEL In Oude Pekela zijn, tegen het einde van de jaren tachtig, wel degelijk kinderen seksueel misbruikt. Het is onzin de affaire, die destijds voor grote opschudding in binnen- en buitenland zorgde, af te doen als 'massahysterie'.
Tot die conclusie komt de Belgische hoogleraar Karel Pyck in een rapport, dat hij binnenkort naar minister Winnie Sorgdrager (justitie) wil sturen.
Vijf jaar lang heef Pyck, hoogleraar kinder-en jeugdpsychiatrie aan de Leuvense universiteit, onderzoek gedaan naar 'Oude Pekela'. Hij vindt dat de bevolking van het Groningse dorp “veel onrecht is aangedaan.” Ook justitie en politie in Groningen zijn ten onrechte scherp bekritiseerd. “Ze hebben goed werk gedaan,” zegt Pyck.
De zaak kwam in mei 1987 aan het rollen toen twee ouderparen bij de rijkspolitie in Oude Pekela een klacht indienden tegen onbekenden, wegens seksueel misbruik van twee kinderen. Een kleine maand later gaf de politie een bericht uit, waarin sprake was van maar liefst 50 zeer jonge slachtoffers en van kinderlokkers die als clowns verkleed waren. 'Oude Pekela' werd wereldnieuws.
Geen bewijs
Nadat er bijna honderd kinderen waren ondervraagd, stelde de hoofdofficier van justitie veel later, in 1988, vast dat “48 kinderen duidelijk spreken over seksuele handelingen die zij moesten ondergaan en/of moesten verrichten bij zichzelf of bij volwassenen.” Er was echter geen bewijsmateriaal, en er verscheen nooit iemand in de beklaagdenbank.
Prof. Pyck, die met betrokken functionarissen sprak en geluidsbanden van gesprekken met de kinderen beluisterde, zegt dat “het verhaal van politie en justitie van het begin tot het einde klopt.” Daarentegen is er “geen enkel bewijs” voor de stelling dat het zedenschandaal een product is geweest van massahysterie, dat het in werkelijkheid nooit zou hebben plaatsgevonden.
“De volledige waarheid over wat er destijds met de kinderen in Oude Pekela is gebeurd, kan met wat we nu weten niet meer worden achterhaald,” stelt Pyck deze week echter vast in het Nederlandse Tijdschrift voor criminologie. Het artikel is een beknopte versie van het onderzoek dat Pyck aan minister Sorgdrager zal aanbieden.
Pyck veegt de vloer aan met de Australische auteur Benjamin Rossen, die 'Oude Pekela' herleidt tot twee jongetjes die 'vieze spelletjes' speelden. De rest zou massahysterie zijn, of zoals het in de titel van Rossen's boek heet, 'zedenangst'.
Pyck beticht Rossen van vooringenomenheid, een zeer selectief gebruik van de beschikbare bronnen en het aanhalen van anonieme zegslieden. Pyck, gevraagd naar het 'waarom' van zijn onderzoek: “Ik vond het verbazingwekkend dat de versie van een onbekende Australische student door de publieke opinie vrij algemeen als de juiste werd aanvaard. Er werd niet of nauwelijks geluisterd naar de Nederlandse kinderpsychiater Gerrit Mik, die na uitgebreid onderzoek tot de conclusies kwam dat er wel degelijk sprake was van seksueel misbruik.”
Verklaring
Pyck heeft daar nu wel een verklaring voor: “De zaak was met zoveel emoties beladen, dat de Nederlandse bevolking een duidelijk antwoord wilde. Het antwoord van politie en justitie was helaas niet duidelijk, omdat er bewijzen noch verdachten waren. Daarentegen was 'massahysterie' wel een helder, acceptabel antwoord. Veel Nederlanders zullen hebben gedacht: Ach, het is een primitief volkje, daar in het noorden. We nemen die lui niet serieus.”
“Door die houding is het taboe op seksueel misbruik van kinderen weer een beetje groter geworden. En dat is niet in het belang van kinderen die nù worden mishandeld.”
De Leuvense hoogleraar beschouwt zijn onderzoek ook als een soort eerbetoon aan wijlen collega Mik, die wèl geloof hechtte aan de afschuwelijke verhalen van de kinderen in Oude Pekela.
In zijn rapport citeert Pyck met instemming deze krant, die de Amsterdamse kinderpyschiater als 'kop van Jut' betitelde. Maar Pyck laakt ook de Nederlandse media, die al te gemakkelijk aan de haal gingen met het begrip massahysterie. Als dat maar vaak genoeg wordt herhaald, gaat het uiteindelijk door voor 'de waarheid.'
Een gevaarlijke ontwikkeling, meent Pyck, temeer omdat het “bij vragen over mogelijk seksueel misbruik bij (jonge) kinderen altijd moeilijk is de volledige waarheid te achterhalen.”
Ook Pyck sluit niet uit bij “werkelijk gebeurde gevallen van kindermishandeling sommige kinderen hun verhalen overdreven hebben en fantasie-elementen hebben ingebouwd.”